Al meteen na 7 oktober werden we verrast door het anti-Israëlsentiment dat zich in Nederland begon te verspreiden. Eerst op sociale media, toen in massale demonstraties in stadscentra en uiteindelijk ook op universiteiten. Veel Joodse en Israëlische studenten en universiteitsmedewerkers meldden een duidelijk daling in het gevoel van veiligheid en angst om zich als Jood of Israëli te identificeren.
Noot van de redactie: dit artikel is in augustus 2024 geschreven en in september geredigeerd. Sindsdien heeft een aantal evenementen plaatsgevonden op universiteiten, vooral rond 7 oktober. Binnenkort publiceren we een artikel waarin we deze recente ontwikkelingen bespreken.
Toen de beelden van universiteiten in de Verenigde Staten ons bereikten, dachten velen dat dergelijke gewelddadige protesten hier niet mogelijk zouden zijn. Nederland is een rustig land. Bovendien staan studenten hier niet bekend als bijzonder activistisch en zeker niet als gewelddadig. Toen de eerste demonstratie op de UvA (Universiteit van Amsterdam) in april 2024 werd georganiseerd, leek de sfeer eerst nog wel gezellig – er waren blokkades van paden en van een kleine brug, maar over het algemeen leek het op een gemiddeld Nederlands festival. Pas 's nachts werd duidelijk dat het geweld ook het rustige Nederland had bereikt. Zowel van de kant van de demonstranten – waarvan velen geen Nederlanders bleken te zijn en ook geen studenten, maar wel goed georganiseerd – als van de kant van de politie. Met steun van de burgemeester greep de politie hard in tegen de demonstranten, arresteerde honderdvijftig van hen en ontruimde het terrein met veel geweld.

Dit was slechts het startschot voor een golf van protesten op universiteiten door heel Nederland, waaraan veel studenten en ook docenten deelnamen. Deze protesten waren voornamelijk gericht tegen de universiteiten zelf, vanwege hun samenwerking met Israëlische instellingen. De eis van de demonstranten was om deze samenwerkingen openbaar te maken en te stoppen. De aanpak van de politie bij het protest en het feit dat agenten (soms met geweld) op het universiteitsterrein opereerden, leidde tot een toename van het aantal demonstranten. Voor velen ging het ook om de vrijheid van meningsuiting en het recht om te demonstreren.
Voor Joodse studenten en medewerkers verslechterde het gevoel van veiligheid hierdoor natuurlijk nog verder. Op veel universiteiten werden steungroepen opgericht om problematische gebeurtenissen en onveilige situaties te monitoren en rapporteren. Ook werden meer acties ondernomen, zoals het opstellen van brieven en verzoeken aan het universiteitsbestuur. Deze initiatieven droegen bij aan een gedeeltelijk herstel van het gevoel van veiligheid onder Joden en Israëli's op de campussen. Ten eerste doordat mensen zich minder alleen voelden en ten tweede doordat ze het gevoel hadden dat er iets gedaan kon worden om invloed uit te oefenen op de reactie van de universiteiten en het herstel van de veiligheid. We spraken met twee prominente activisten van zulke initiatieven en we vroegen ze een samenvatting te geven van de gebeurtenissen op de campussen in het afgelopen jaar.
Sjiwwesfeer
Al voor 7 oktober was rabbijn Yanki Jacobs bekend bij veel Israëlische en Joodse studenten. Als vertegenwoordiger van Chabad in Amsterdam richtte hij twaalf jaar geleden de organisatie 'Chabad on Campus' op, waarmee hij hulp biedt en evenementen organiseert voor Joodse studenten in heel Nederland.
"Tot 7 oktober," vertelt hij, "waren onze activiteiten voornamelijk gericht op de eigen gemeenschap – sjabbatmaaltijden voor studenten, activiteiten tijdens feestdagen, hulp bij persoonlijke problemen van studenten die ons benaderden, enzovoort. Maar sinds die dag is alles veranderd – we houden ons voornamelijk bezig met overleg voeren met universiteitsbesturen, het verbeteren van het veiligheidsgevoel van studenten op de campussen en contacten met journalisten, politici, burgemeesters en zelfs de koning. Overal waar het belangrijk is om onze stem te laten horen. Direct na 7 oktober openden we onze deuren voor alle studenten die daar behoefte aan hadden. Dit bleek een belangrijke stap te zijn. Veel studenten kwamen naar ons toe, zelfs alleen om te huilen en om niet alleen te zijn. Er was ook een studente uit Kfar Aza, van wie familieleden waren vermoord. Het voelde als een sjiwwe."
Fysieke veiligheid versus gevoel van veiligheid
Studenten hadden nu een plek waar ze zich veilig voelden en waar ze niet alleen waren, dat was in de eerste dagen heel belangrijk. Maar rabbijn Jacobs, of gewoon 'Yanki' zoals de studenten hem noemen, besefte al snel dat dit niet genoeg was. "Dit was geen volledige oplossing. Het was niet genoeg dat ze zich veiliger voelden als ze samen waren, of bij ons. Ze kwamen hier om te studeren, maar het was belangrijk dat ze zich op de universiteit veilig voelden en dat ze konden terugkeren naar hun normale routine en succesvol konden studeren. Daarom hebben we onze band met de universiteitsbesturen versterkt.” In het begin concentreerden we ons op fysieke veiligheid, dat wil zeggen: we zorgden ervoor dat er geen incidenten zouden plaatsvinden waarbij studenten schade zouden oplopen. Gelukkig waren er niet veel van die incidenten. Maar al snel begrepen we dat het grootste probleem was dat het gevoel van veiligheid ernstig was aangetast. Het is de taak van de universiteit zelf om daarvoor te zorgen, een complexe taak. We begonnen klachten en meldingen te verzamelen en na te denken over oplossingen. Onze verzoeken hadden onder andere betrekking op demonstraties, gebeurtenissen op sociale media, in lessen en op conferenties.
Een voorbeeld: studenten waren bang om een gebouw binnen te gaan omdat daar een demonstratie plaatsvond waarin werd opgeroepen tot een intifada. Dat is onacceptabel. Mijn eigen standpunt is dat een universiteit over het algemeen geen plaats is voor demonstraties – het is een plek om te studeren. In de meeste gevallen ging het universiteitsbestuur akkoord met onze standpunten, maar soms is het moeilijk voor ze om actie te ondernemen, ook als er begrip is. Eén van de problemen is dat de autoriteit van de universiteitsleiders beperkt is, zelfs op de campussen. Wanneer het gaat om veiligheidskwesties en overtredingen van de wet, is dat de verantwoordelijkheid van de gemeente en de politie. De universiteit heeft geen enkele bevoegdheid om geweld te gebruiken.”
Niet de langzaam kokende kikker zijn
“Aan de ene kant,” zegt rabbijn Jacobs, “is het belangrijk dat de studenten door kunnen gaan met studeren, overal kunnen komen waar ze moeten zijn en sommige dingen leren
te negeren. Aan de andere kant is het ook belangrijk om niet zoals de kikker te zijn die langzaam wordt gekookt in water dat steeds heter wordt. Je moet waarschuwen en problematische gebeurtenissen en uitspraken niet normaliseren. We mogen niet wennen aan deze situatie. Dat is precies wat het gevoel van veiligheid beïnvloedt.
In de eerste maanden hielden we ons vooral bezig met verzoeken van studenten, maar met de toename van de demonstraties op de campussen, begonnen ook docenten en medewerkers ons te benaderen omdat hun gevoel van veiligheid was aangetast. We hebben de juiste mensen kunnen bereiken – de universiteitsbesturen, de burgemeester en zelfs de koning. Over het algemeen was de reactie op onze verzoeken heel goed en mijn gevoel is dat ze echt wilden helpen en ervoor wilden zorgen dat studenten geen schade zouden oplopen. Soms gaat het om complexe problemen en is er niet altijd een perfecte oplossing. In de media zie je meestal de problematische reacties – zoals de ontmoeting van het bestuur van de Universiteit van Amsterdam met gemaskerde demonstranten. Dit veroorzaakte veel ophef, ook in de politiek, en volgens mij heeft de universiteit uiteindelijk ook toegegeven dat dit een fout was. Maar in negen van de tien gevallen worden de zaken opgelost en is er samenwerking en begrip voor onze verzoeken. We moeten wel begrijpen dat we niet alles zullen krijgen wat we willen.

Een ander onderwerp waar we ons mee bezighouden, is het informeren van docenten en experts over bijeenkomsten of conferenties in gevallen waar we voelen dat de Israëlische stem
niet vertegenwoordigd is. Er zijn veel bijeenkomsten, discussies en debatten over verschillende onderwerpen: beschuldigingen van genocide, kolonialisme, apartheid, de geschiedenis van het conflict, enzovoort. Het is belangrijk, voor zover mogelijk, dat op zulke plekken sprekers en experts uit het veld aanwezig zijn om deel te nemen en een eenzijdige discussie te voorkomen. Als zulke verzoeken bij ons binnenkomen, proberen we ze via onze contacten met de juiste mensen te verbinden.”
Kalm blijven, trots zijn en lokale autoriteiten benaderen Rabbijn Jacobs vindt dat het op dit moment lijkt alsof de zaken enigszins zijn gekalmeerd. “Maar we moeten zien hoe de situatie zich nu ontwikkelt, met de start van het nieuwe studiejaar, de nieuwe regering die onlangs aantrad en natuurlijk ook met de ontwikkelingen in Israël. We houden alles in de gaten, verzamelen alle meldingen en verzoeken die bij ons binnenkomen en proberen deze meteen te behandelen." Rabbijn Jacobs vraagt elke student of universiteitsmedewerker die een bedreigende gebeurtenis ervaart of wiens gevoel van veiligheid is aangetast, om dit te melden door contact op te nemen met de lokale autoriteiten of met hem via [email protected] en niet meteen de media in te schakelen. "Onze ervaring leert dat het benaderen van de media de gebeurtenissen kan opblazen en niet altijd de juiste oplossing biedt. Het is vooral belangrijk om kalm te blijven. Wees niet bang om een Magen- David te dragen of om je Israëlische of Joodse identiteit te tonen. Spreek gerust Hebreeuws en wees trots op wie je bent. Maar zoek geen ruzie of discussie."
Weinig steun van collega's
Daphna werkt al acht jaar aan de Universiteit Utrecht (UU) als internationale marketingadviseur. Ze werd geboren in Israël en heeft een Israëlische vader en een Nederlandse moeder. Op haar vijfde verhuisde de familie naar Nederland. Thuis sprak ze altijd Hebreeuws met haar vader en ze volgde elke zondag Joodse en Hebreeuws les bij de Joodse gemeente in Rotterdam. Ze bezocht ook elke zomer haar familie in Israël. Zo heeft ze zich altijd sterk verbonden gevoeld met Israël en het jodendom. De ochtend van 7 oktober herinnert ze zich als de dag van gisteren. Al vroeg in de ochtend kwamen berichten binnen van familieleden uit Kibboets Ruhama in de Negev, waar ze werd geboren. De kibboets ligt niet ver van Gaza, de angst en onzekerheid waren voelbaar. Gelukkig bereikten de verschrikkelijke gebeurtenissen hen uiteindelijk niet.
"Naarmate de dag vorderde, werden we ons steeds meer bewust van de omvang van de gruwel. Ook in Nederland was het groot nieuws, maar ik herinner me dat ik toen al verrast was door de geringe steun die ik van mijn Nederlandse vrienden kreeg. Erger nog: sommige kennissen begonnen pro-Palestijnse berichten te plaatsen op sociale media, terwijl ze mij nog niet hadden gevraagd hoe ik me voelde.
Ook op de universiteit waren de eerste weken en zelfs maanden in dit opzicht moeilijk. Veel van mijn collega's weten dat ik uit Israël kom, maar toch toonden maar weinigen interesse in hoe het met me ging. Voor het eerst in mijn leven voelde ik een soort identiteitscrisis. Ik was intens verdrietig, tegelijkertijd voelde ik dat ik dat niet mocht zijn omdat ik immers veilig in Nederland zat.”

Meten met twee maten
“Na ongeveer twee weken publiceerde het universiteitsbestuur een statement over de situatie. Ze probeerden neutraal over te komen en vroegen iedereen kalm te blijven en de situatie niet te laten escaleren. Ze vroegen medewerkers naar elkaar te luisteren en niet hun eigen mening te verkondigen in het gesprek. Dit bleek moeilijk toe te passen. Mijn ervaring is dat wanneer het Israël betreft, er al snel ongenuanceerde meningen worden gedeeld. Zeker in vergelijking met andere soortgelijke conflicten in de wereld.
Er is bijvoorbeeld een pagina op de universiteitswebsite over ‘de situatie in Gaza en Israël’
Daar staan deels goede dingen op, maar ook een lijst van de samenwerkingsverbanden met Israëlische instellingen. Op geen enkele andere pagina over vergelijkbare conflicten en oorlogen tussen landen is dergelijke informatie opgenomen. Op deze manier is de universiteit wel heel erg aan het meten met twee maten, wat we helaas vaker zien zodra het over Israël gaat.”
WhatsAppgroep tijdens Songfestival
Toen de eerste grote demonstraties in de VS op gang kwamen, vroeg Daphna zich meteen af hoe lang het zou duren voordat dit naar Nederland zou overslaan. Begin mei was het zover. “Ik werd door mijn leidinggevende op de hoogte gebracht toen de eerste demonstratie eraan kwam. Ze voegde eraan toe dat ik naar huis kon gaan en ook thuis kon blijven werken als ik dat fijner vond. Verder vertelde ze mij dat er verzoeken waren binnengekomen om banden met Israëlische instellingen te onderzoeken en dat daar op dat moment naar gekeken werd. Wat ik op sociale media zag, vond ik enorm heftig. Zeker toen ook docenten gingen meedemonstreren en zelfs opriepen tot demonstraties, zoals met de ‘walk-out’. Wat ik het moeilijkste vond aan alle demonstraties, is de overtuiging van de demonstranten dat zij dit op een vreedzame manier deden. Er werden veel antisemitische dingen geroepen, gebouwen en spullen werden vernield, demonstranten stonden daar met gezichtsbedekking. Dat is niet mijn definitie van vreedzaam. Ik ben het dan ook eens met de keuze die het CvB (College van Bestuur) heeft genomen over de manier waarop zij de demonstraties hebben laten beëindigen.”
Daphna en collega’s zagen dat bij de UvA door Israëlische en Joodse medewerkers een WhatsApp-groep was gestart, wat een groot succes was. Ze besloten ook in Utrecht zo'n groep te beginnen. “Tijdens de finale van het Eurovisiesongfestival zaten wij al append naar het liedje van Eden Golan te kijken en enkele momenten later werd de actiegroep geboren. Behalve UU-medewerkers, studenten en alumni, kregen we ook verzoeken van de Hogeschool Utrecht en de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. De belangstelling was enorm.
De week erop is er hard gewerkt aan een brief die naar het CvB is gegaan en twee weken later zaten we met de rector aan tafel om onze persoonlijke verhalen te vertellen en om te kijken hoe we samen konden optrekken in het weer creëren van een veilige werk- en studeeromgeving op de UU.”
Extended family
“Van veel mensen in de groep horen we dat die een enorme steun voor ze is, er wordt van alles in gedeeld. Het is fijn om te weten dat anderen deze gevoelens of angsten herkennen. Voor mij voelt het alsof ik een soort ‘extended family’ heb die mij begrijpt. Er zijn zeker verschillende meningen in de groep over de situatie en de aanpak, over reacties in de Nederlandse politiek of op universiteiten, maar uiteindelijk is het fijn om in een groep te zitten waar mensen je begrijpen. Ook zijn er connecties en vriendschappen ontstaan en dat is goud waard. Ik wist altijd wel dat ik niet de enige Israëli of Jood was die aan de UU werkte, maar het voelt zo goed om nu te weten wie (een deel van) die anderen zijn. De connectie is er en nu kun je elkaar makkelijk berichten sturen om te vragen wie er behoefte heeft aan een kop koffie of een gesprek.
Hoe verder?
Het antwoord op de vraag in de kop van dit artikel is ‘ja’. De universiteiten in Nederland zijn veilig. Er is geen twijfel: sinds 7 oktober zien we een dramatische toename van het aantal anti-Israëlische incidenten op universiteiten, de aard van die incidenten is veranderd en het gevoel van veiligheid is sterk afgenomen. Het zal nog even duren voordat we kunnen beoordelen of deze veranderingen tijdelijk zijn en of de open houding tegenover Israël zal terugkeren. Wat zeker is, is dat de banden en het gevoel van lotsverbondenheid die zijn ontstaan binnen de verschillende groepen van Israëlische en Joodse studenten en medewerkers, niet snel zullen verdwijnen. De verschillende actiegroepen, zelfs als ze nu minder actief worden, zullen mensen helpen om in contact te blijven. Zo kunnen ze ook sneller en efficiënter samenwerken als dat weer nodig is. Ook de ervaring en de contacten die zijn opgedaan met het universiteitsbestuur en de besluitvormers kunnen in de toekomst nuttig zijn, mocht de situatie opnieuw escaleren. Laten we hopen dat we dit niet nodig zullen hebben.
Ik draag dit artikel op aan Itzik Elgarat, die ontvoerd is naar Gaza, en aan zijn broer Danny, die samen met familieleden van andere ontvoerden dag en nacht werkt om de terugkeer van alle gijzelaars te bevorderen.
Shalom








